sector onderwijs - GOLV



Om het behoud van het Bijzonder Onderwijs

Manifest 4

  Ds. W. Visscher 6-03-2004.

Inleiding
In Nederland hebben wij een uniek stelsel van onderwijsvoorzieningen. Naast openbaar onderwijs is er ook bijzonder onderwijs. Hoewel dit stelsel vanuit Christelijke beginselen nooit het einddoel kan zijn, geeft het huidige stelsel wel ruime (ook financiële) mogelijkheden om orthodox christelijk onderwijs te realiseren. Het is een middel waar we, denk ik, dankbaar voor mogen zijn. De rondgestuurde manifesten beogen om deze mogelijkheden in de toekomst te behouden. Daarvoor is intern bewustwording noodzakelijk en externe be´nvloeding nodig. Laten we proberen het orthodoxe christelijk onderwijs positief en breed onder de aandacht te brengen. De politiek en de maatschappij moeten weten dat er op orthodox christelijke scholen hele waardevolle dingen gebeuren. In dit licht zou ik graag drie dingen willen voorstellen.

De aanvallen.
Het bijzonder onderwijs staat fors ter discussie. Mevr. Hirsi Ali, kamerlid voor de VVD, zegt dat het huidige art 23 van de Grondwet "tot stand gekomen is als een compromis en ten koste van het principe van scheiding kerk en staat."(NRC-Handelsblad dd 4 december 2003). Mevr. Hamer, woordvoerder voor de PvdA-fractie in de Tweede Kamer voor onderwijs zegt dat, zo nodig "aan alle scholen een acceptatieplicht" (Website PvdA) moet worden gesteld. De VVD belegt op 17 april 2004 een congres over de vrijheid van onderwijs. (Website VVD). Voorts wordt er in de media veel over het Bijzonder Onderwijs geschreven en gezegd. In het NRC-Handelsblad van 18 december 2003 schrijft Prof. H. Philipse dat in 2004 een nieuwe schoolstrijd nodig is. Het doel van deze strijd: "Een radicaal seculiere staat met een radicaal seculier onderwijsbestel" (NRC, dd 18 12-2003). In de NRC van 31 januari 2004 kunnen we lezen dat Prof. Dr. J. de Beus, partijfilosoof van de PvdA, oproept tot "een linkse schoolstrijd, tegen de verzuiling" (NRC, dd 31-01-2004). Ondertussen heeft het NIPO vastgesteld dat een deel van de Nederlanders denkt dat op christelijke scholen wordt aangezet tot haat. Door vele wetenschappers, politici en journalisten wordt getornd aan het onderwijsbestel in Nederland. In de samenleving zijn er duidelijke signalen dat men kritisch kijkt naar het christelijk onderwijs.
Ik stel in de eerste plaats voor dat we deze wetenschappers, politici en journalisten op hun woord geloven en dat we deze signalen ernstig nemen.

De waarschuwingen.
Op allerlei manieren wordt tegen deze ontwikkeling gewaarschuwd. Het is natuurlijk niet nodig om de waarschuwingen vanuit de Christelijke en betrokken instanties te laten horen. Er zijn echter ook opmerkelijke waarschuwingen. In het NRC-handelsblad van 20 december 2003 merkt H. Dijkstal, voorheen fractievoorzitter van de VVD, op dat "de overheid erg terughoudend moet zijn wat betreft de persoonlijke levenssfeer van mensen. Nu wordt beweerd dat mensen op grond van de scheiding van kerk en staat hun culturele identiteit moeten afleggen. Dat is volstrekte onzin". Ook de heer Wallage heeft inmiddels gewaarschuwd voor een verkeerde ontwikkeling. "Nederland begint onverdraagzaam te worden. De hetze tegen islamitische scholen laat zien dat cruciale grondrechten op de tocht staan. Aan minderheden wordt steeds minder ruimte gegund. Nu zijn het de islamscholen, straks de gereformeerde en daarna de katholieke". (Nederlands Dagblad, dd 31 januari 2004). In VVD-kring zijn zelfs verschillende prominente politici zoals C. Cornielje, Mevr. Ginjaar-Maas, etc. die ernstig waarschuwen tegen de huidige ontwikkelingen. Het is opmerkelijk dat zelfs betrokkenen en niet-christenen zo indringend waarschuwen.
Ik stel in de tweede plaats voor dat we deze waarschuwingen ernstig nemen en daar in iedergeval iets mee doen.

De geruststellingen.
Er zijn reeds verschillende manifesten verschenen. Er is gelukkig bijval. Ook binnen het orthodox christelijke onderwijs zien velen het gevaar van de huidige ontwikkelingen. Dat is belangrijk. Er zijn echter ook mensen die de huidige ontwikkelingen niet als zeer ernstig ervaren. Er zijn sussende geluiden. In het Nederlands Dagblad van 20 februari 2004 is Prof. Dr. R. Kuiper van oordeel dat het nog maar de vraag is of "het allemaal wel zo'n vaart zal lopen". Het signaleren van concrete zorgen is in zijn ogen "contraproductief". (ND, 20 februari 2004). In de Waarheidsvriend, het wekelijkse orgaan van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde kerk, van 4 maart 2004 gaat ook de heer Drs. M. Burggraaf, voorzitter van het College van Bestuur van de CHE, in op de vragen rond het huidige onderwijsbestel. Zijn opvatting: "Als je uitwerkt waarvoor je staat, zie ik geen bedreigingen" (Waarheidsvriend, dd 4 maart 2004, pag. 131). Ondertussen hebben ook reeds verschillende andere mensen gereageerd in soortgelijke zin. Geen bedreigingen!
Ik stel in de derde plaats voor dat de lezer van dit manifest de ontwikkelingen volgt en zelfstandig een oordeel vormt over de waarde van dergelijke sussende uitspraken.

Een reactie
Verschillende mensen hebben op de manifesten gereageerd. Een enkele waardevolle reactie wil ik doorgeven. Misschien geeft het wat denkwerk.

Ik kan mij zeer goed vinden in de strekking van uw tweede manifest. Het is buitengewoon gevaarlijk en na´ef om te menen, dat een niet-christelijke overheid uiteindelijk wel verdraagzaam zal zijn tegenover een kleine christelijke minderheid. Groen van Prinsterer, die u terecht aanhaalt, vatte dit reeds samen in zijn indringende, retorische vraag: 'Zal aan de ark van God veroorloofd worden om in verbrijzelende kracht tegenover de Dagon te staan?' (in: Ongeloof en Revolutie). Dat is immers ondenkbaar. Het is voor christenen uiteindelijk theocratie of tirannie; er zal geen midden bestaan.

Oproep
U hebt dit manifest gelezen. Misschien bent u het er mee eens. Wijs anderen er dan op. Tracht in iedergeval biddend werkzaam te zijn met het onderwijs voor onze kinderen. De zaak is het waard. Uw reactie is welkom.