Zorg en Welzijn Amersfoort doet pilot met portfolio
Zal ik úw kaartjes eens neerleggen?
Vrijdagmiddag op het Van Lodensteincollege in Amersfoort. Vmbo 3-GL, sector Zorg en Welzijn, werkt tien minuten aan het portfolio dat de werkgroep Loopbaanbegeleiding ontwikkelde in het kader van het aansluitingsproject. De eerste keren was het wennen, maar het enthousiasme van docenten en leerlingen die meedoen aan de pilot is groot. De proef loopt tot aan de zomervakantie en na verwerking van de verbeterpunten is het portfolio klaar voor breder gebruik. Een interview met de werkgroepleden Cees Cousijnsen van het Hoornbeeck College en Ineke van Loenen van het Van Lodensteincollege, en pilotdocente Jeanette Bouwman.
"Bladen die je met je meedraagt", vertaalt werkgroepleider Cees Cousijnsen het woord portfolio. "Dat gebeurt ook letterlijk", geeft hij aan. "Het portfolio is eigendom van de leerling. Hij begint eraan te werken in het vmbo, neemt het mee naar het mbo en daarna eventueel naar het hbo. In het portfolio legt hij een beeld van zichzelf vast dat hij aan anderen wil laten zien. Wie ben ik, wat heb ik geleerd? Waar ben ik goed in en waarin wil ik mij nog verder ontwikkelen?"
Het portfolio is een groeidocument. De leerling bepaalt zelf wat hij erin opneemt en welke onderdelen hij later weer verwijdert of actualiseert. Dat kunnen cijferlijsten zijn, foto’s van werkstukken, beschrijvingen van buitenschoolse activiteiten die van belang zijn voor de ontwikkeling van competenties, enzovoort. De werkgroep heeft een structuur voor het portfolio ontwikkeld en deze voorzien van voorbeelden.
Doelgroep
"Daarbij hebben we zoveel mogelijk geredeneerd vanuit de leerling", vertelt Ineke van Loenen, die een groot aandeel had in de ontwikkeling van het document. "Je moet rekening houden met je doelgroep. Het portfolio dat er nu ligt, is toegeschreven naar de leerlingen van Zorg en Welzijn. Portfolio’s die elders al in gebruik zijn voor Techniek, zijn bijvoorbeeld veel zakelijker."
Ook in de totstandkoming was het portfolio een groeidocument. "Toen we de werkgroep startte, hadden we nog geen concreet beeld van het eindresultaat", vertelt Ineke. "Maar al doende kreeg het ook voor onszelf steeds meer vorm."
Intake
Reflecteren op de eigen ontwikkeling en denken over de toekomst zijn heel belangrijk voor de leerling. Als het portfolio daaraan bijdraagt is het op zich al van nut, vinden Cees, Ineke en Jeanette. Een tweede punt is de waarde voor de intake op het mbo. Het potfolio is een goed hulpmiddel voor het gesprek en draagt bij aan de zogenaamde ‘warme overdracht’. "Dat is een kant van het portfolio die de leerlingen ook aanspreekt", vertelt Jeanette op basis van haar ervaringen. "Ze krijgen nu een indruk van wat tijdens de intake aan de orde komt. Dat geeft hen meer zekerheid." Op termijn kan het document ook nog een andere rol spelen. Als de leerling in zijn portfolio kan aantonen dat hij bepaalde competenties beheerst, hoeft hij daar in het mbo niet meer aan te werken. "Maar dat is een ideaalbeeld; zo zal het nu nog niet werken", stelt Cees realistisch.
Dat realisme spreekt ook uit de keuze van de sector Zorg en Welzijn voor de eerste pilot. Niet iedereen staat open voor reflecteren. Maar binnen Zorg en Welzijn is dat normaal. "Ik doe er heel gewoon over en de leerlingen ook". Jeanette maakt dit duidelijk met een leuk voorbeeld uit de praktijk. "Eén van de opdrachten is met kaartjes aangeven waar je goed in bent: luisteren, dienstverlenend zijn, samenwerken... Op een gegeven moment vroegen de leerlingen of ze ook de kaartjes eens mochten neerleggen met míjn competenties. Het mooie is dat ze dat haarscherp kunnen. Erover doorpratend realiseerden ze zich dat een docent in de praktijk óók leert. Ik heb ze een video laten zien van mijn allereerste les en gezegd: Vullen jullie nu mijn beginportfolio maar in." De meeste leerlingen werken enthousiast aan het portfolio. Door er iedere vrijdagmiddag tien minuten tijd voor in te ruimen, probeert Jeanette er structuur aan te geven. De aandacht verslapt niet en als de leerlingen hulp nodig hebben kunnen zij die vragen.
Nut
Om het portfolio succesvol te implementeren, is het in de eerste plaats belangrijk dat docenten er enthousiast voor worden gemaakt. Cees verwacht dat dat lukt. "Docenten zitten in principe niet te wachten op nog meer veranderingen. Maar ze willen wel investeren in dingen die nut hebben, en dat is met dit portfolio het geval." De werkgroep wil eerst de kinderziektes uit het portfolio halen, en dan een goed product opleveren. "Daarom doen we eerst deze pilot bij het Van Lodensteincollege. Als die aanslaat, en daar lijkt het op, gaan we het portfolio breder uitzetten."
|