(V.)M.B.O.



Project Vernieuwing Bovenbouw Reformatorisch Onderwijs

Het abc van het Leerwerkhuis

Het voortgezet onderwijs is sinds het einde van de twintigste eeuw ingrijpend veranderd. In het Project Vernieuwing Bovenbouw Reformatorisch Onderwijs hebben de reformatorische scholen zich breed bezonnen op de ideeën over de tweede fase en het vmbo, en gezocht naar een eigen, herkenbare vertaling. De gedachten over de tweede fase werden eerder verwoord in het boekje "Een verantwoord studiehuis, een visie van reformatorische scholen op de studiehuisgedachte". Het vmbo willen we invoeren onder de noemer "Leerwerkhuis". Hoe dat eruitziet, is de onderwerp van deze tweede publicatie.

Dit boekje beschrijft eerst de ontwikkelingen in het vmbo vanuit een korte karakterisering als een schooltype met accent op de actieve leerling, brede vorming van alle leerlingen en recht doen aan verschillen. In een drietal hoofdstukken wordt vervolgens de reformatorische inkleuring verder uitgewerkt.

De drie aspecten die gekozen zijn hebben niet bij voorbaat een typisch reformatorische inhoud. Vrijwel elke vmbo-school zou dit abc van actief, breed en creatief tot slogan kunnen verheffen. Wel wijst de term leerwerkhuis op de geborgenheid die reformatorische scholen willen bieden als basis van de toerusting van de vmbo-leerling voor de samenleving.

Een aantal typisch reformatorische accenten:

  • Onder actief wordt aandacht besteed aan vaardigheden. Het boekje noemt nadrukkelijk de vaardigheid om het christen-zijn in een niet-christelijke wereld uit te dragen en te verdedigen.
  • Onder breed wordt de vorming van de leerling zo breed genomen dat ook de eenheid "hoofd, hart en handen" binnen het blikveld komt. Jammer dat de voorbeelden minder breed zijn; als het gaat over het vreemdelingschap komen vakken als maatschappijleer en Nederlands aan de orde en niet een beroepsvoorbereidend vak. Dit zou zeker in de sector zorg en welzijn helemaal niet moeilijk zijn geweest.
  • Onder creatief krijgt natuurlijk het eigene van een vmbo-leerling de aandacht met de kanttekening dat ieder mens een uniek schepsel van God is. Het voorbeeld dat naar aanleiding van differentiatie genoemd wordt heeft echter betrekking op een heel klein deel van het vmbo: de leerwerktrajecten. En concretisering van de het algemene uitspraak "We willen dat leerlingen hun gaven en talenten ontwikkelen om God en hun naasten te kunnen dienen, op de plaats waar God hen stelt." ontbreekt helemaal.

Het lezen van dit boekje laat een wat onbevredigend gevoel achter. Twee dingen hebben we hiervoor genoemd.
Maar er is meer te noemen. Zo is bijvoorbeeld in de samenvatting (hoofdstuk 6) weinig reformatorisch meer te vinden dan de trits "hoofd, hart en handen" (Typisch een uitdrukking die voor buitenstaanders nogal vaag is). Heel opvallend is overigens dat in een interview met het RD (zie link hieronder) heel wat behartenswaardige dingen voorkomen die in de brochure gemist worden...

Ook is het jammer dat het geheel niet echt een gezicht heeft gekregen. Zelfs een bestel- of redactie-adres ontbreken. Voorin wordt aangegeven wat de herkomst van het boekje is en dhr. Giljam geeft in het voorwoord aan wat het doel is: "Ik hoop dat deze uitgave mede mag bijdragen aan een stukje reflectie op uw dagelijks werk en u mag inspireren om verder te werken aan de onderwijsvernieuwingen in het vmbo." Hoe deze reflectie verder vorm moet gaan krijgen blijft buiten beeld. Een aantal voorbeelden zijn zeker inspirerend, maar gelijk ook zo beperkt dat er zeker vmbo-docenten zullen zijn die vinden dat er meer te zeggen valt over reformatorisch vmbo. Als visitekaartje naar de wereld buiten onze eigen vertrouwde kring is het in ieder geval erg beperkt, misschien zelfs wel onvoldoende.


Reactie

De Projectgroep in een reactie op bovenstaande recensie (4 juni 2004):

"Het boekje is een bewerking van de managementnota 'Het leerwerkhuis voor het vmbo binnen het reformatorisch voortgezet onderwijs' die eerder werd opgesteld binnen het PVBRO. Het is met name bedoeld voor vmbo-docenten binnen onze eigen kring en is via de scholen onder hen verspreid. Geen document dat als een verantwoording naar buiten dient, zeker niet, maar een tekst die binnen de zeven scholen van reformatorisch voortgezet onderwijs een aanzet moet geven tot verdere bezinning. Dat het gedachtegoed van de brochure wordt ingekaderd door de missie van iedere school in het bijzonder, is vanzelfsprekend. De meeste scholen herkennen zich in het hart-hoofd-en-handen-model, ongeacht de op onderdelen afwijkende formulering.

De brochure beschrijft een visie van de reformatorische scholen op het vmbo.Het is niet de bedoeling van de projectgroep geweest een concrete uitwerking van het leerwerkhuis te geven. Concretisering moet naar onze mening op schoolniveau gebeuren. De projectgroep en de invoeringsverantwoordelijken vmbo hebben in een aparte notitie aanbevelingen gedaan aan de sectordirecties om de brochure bespreekbaar te maken op bijvoorbeeld studiedagen en in teamvergaderingen.

In de brochure hebben we enkele praktijkvoorbeelden opgenomen van initiatieven binnen de scholen. Hierbij hebben wij keuzen gemaakt. De voorbeelden zijn niet bedoeld om een dekkend overzicht te geven van wat er binnen het vmbo gebeurt, maar dienen ter illustratie van de tekst. Tevens hopen wij dat ze de scholen zullen stimuleren tot het ontwikkelen van nieuwe inititatieven. Een uitgewerkte lijst van alle voorbeelden die de scholen geleverd hebben en op de vergaderingen van invoeringsverantwoordelijken gepresenteerd zijn, is bij de brochure uitgereikt. Het is de bedoeling dat docenten, secties en teams eventueel navraag doen bij collega's op andere scholen over hun aanpak en ervaringen met de voorbeeldthema's. Werken aan de gezamenlijkheid en tegelijk aan het behoud van het eigen schoolkarakter is daarmee een prachtig neveneffect van de brochure het 'Abc van het leerwerkhuis'."


Zie ook

  • Kansen en keerzijden van het vmbo Reformatorisch Dagblad 13 februari 2004