(V.)M.B.O.



Ga voor de dingen die er echt toe doen

Aansluiting begint nu pas

juni 2004

"Er liggen producten van hoge kwaliteit," aldus Jan Duursma over de resultaten van het aansluitingsproject vmbo-mbo. "Probeer daar de krenten uit te halen. Kies één of twee dingen die u volgend jaar wilt realiseren, maar ga niet met alles tegelijk aan de slag. Begin met een klein groepje leerlingen, en leer van de ervaringen die u opdoet."

Jan Duursma van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) noemt de conferentie in Hardinxveld-Giessendam bewust geen afsluitende bijeenkomst, maar een startconferentie. "Het grondvlak is klaar en de banen zijn min of meer aangegeven, maar de wedstrijd moet nog gelopen worden." Hij hamert erop dat vmbo en mbo dat samen moeten doen. Willen we erin slagen leerlingen beter te laten doorstromen, dan moeten we daar met elkaar aan werken. "Doe dat niet buiten de school, maar op de werkvloer. En betrek er ook leerlingen bij," raadt Duursma aan. Hij illustreert zijn advies met het voorbeeld van een vmbo- en mbo-school die samen opdrachten zoeken voor techniek. De ene keer werkt het vmbo de opdracht uit, de andere keer het mbo. Ontwikkel opdrachten die leerlingen uitdagend vinden, gaat Duursma daarop door. "Een leerling heeft het na drie keer droogoefenen achter een balie op school wel gezien; zorg dat hij in een échte winkel aan de slag kan." Goede ervaringen heeft hij ook met het coachen van vmbo-ers door leerlingen uit het mbo. "Dat werkt fantastisch."

Ruimte
De APS-deskundige stelt vast dat het vmbo in beweging is. Scholen zijn op zoek naar een eigen profiel. Er liggen veel kansen, maar een aantal van de ontwikkelingen baart Duursma ook zorgen. "De theoretische leerweg zoekt steeds meer aansluiting bij havo/vwo, ook wel vanwege het imagoprobleem van het vmbo. Dat vind ik een misser. Verder zie ik dat basis en kader zich aan het afsplitsen zijn en dat is helemaal te betreuren." Binnen vijf jaar kennen we geen afdelingsstructuur meer, verwacht Duursma. Het gaat steeds meer naar sectorale en intersectorale programma’s en er starten veel nieuwe oplei-dingen. Dat heeft uiteraard betekenis voor de aansluiting tus-sen vmbo en mbo. Het is maar de vraag of de programma’s van nu er over vijf jaar nog zijn. Scholen laten eindtermen vervallen en ontwikkelen nieuwe. Flexibilisering is een hype. Een groot aantal voorbeelden passeert de revue: een driejarige basisberoepsgerichte leerweg, examens op verschillende niveaus, ontheffingen van deelname aan centrale examens, flexibele vormen van afsluiting … Duursma: "Het is de vraag of u dat wilt, maar de ruimte is er. De scholen zoeken die ruimte op en de overheid stimuleert dat. Maar maak keuzes die passen bij uw school en uw team, en die nut opleveren voor de leerlingen. Wat u goed moet regelen is ook de kwaliteitsborging in uw regio."

Passaatwinden
"Zoek naar wat er echt toe doet," is het advies van Duurs-ma. "Wat weet u bijvoorbeeld zelf nog van passaatwinden en de sinusregel? Als je kijkt welke kennis leerlingen écht nodig hebben voor hun beroep en algemene vorming, valt dat best mee. Er kan veel af. Doe dat om ruimte te creëren voor vaardigheden en kwaliteiten." Het wordt langzamerhand tijd voor een eigen didactiek voor het beroepsonderwijs, meent Duursma. Hij doet daarbij een aantal aanbevelingen. Ga niet het studiehuis nabootsen, is één daarvan. Dat is absoluut niet geschikt voor de doelgroep. Verhelder de begrippen, is zijn tweede dringende oproep. Geef uw onderwijsconcept in enkel eenvoudige zinnen aan. Enkele voorbeelden: kiezen mag, praktijk stuurt theorie, werken van geheel naar delen.

Trots
Ook bij de begrippen portfolio en competentie bestaan ver-schillende beelden. De waarde van een portfolio ligt volgens Duursma vooral in de reflectie door de leerling op zijn leerproces. Hij benadrukt het belang van goede coaching. "Het gesprek met de leerling – waar ben je trots op, wat heb je geleerd, wat trekt je aan? – is tien keer belangrijker dan het portfolio zelf. Maar dat gesprek is ontzettend moeilijk voor de docent; dat wordt over het algemeen onderschat. Coachen doe je niet zomaar." Het mooiste zou volgens Duursma zijn als één docent maximaal vijftien leerlingen volgt, liefst gedurende drie jaar. Leerlingen zelf waarderen het werken met een portfolio heel positief, is zijn ervaring. Het geeft ze het gevoel dat er aandacht en respect voor hen is en dat er naar hen geluisterd wordt.

Waslijst
Werkt u met competenties, neem dan niet een hele waslijst, vervolgt Duursma. "Ik werk met maximaal tien vaardigheden en vijf kwaliteiten. Dat is meer dan voldoende om met elkaar over te praten. Neem vaardigheden en kwaliteiten die ertoe doen en laat die doorlopen van groep 1 tot en met 18 jaar. Wissel niet halverwege van portfolio." Of het portfolio in de plaats moet gaan komen van het examen? "Ga geen tijd steken in dingen die goed lopen", adviseert Duursma, "maar zoek naar de echte problemen en definieer die per sector. Is het examen het probleem, dan kunt u overwegen een kwalificerend portfolio te gebruiken."