De dialectiek van de Verlichting
Leren en onderwijzen vanaf de Verlichting
De Verlichting is met haar nadruk op emancipatie en mondigheid een cruciale periode voor de ontwikkeling van leren en onderwijzen. Geen mondigheid immers zonder leerproces. Dat lijkt éénduidig, maar is het allerminst. De lezing van professor Hoogland tijdens de zesde bijeenkomst van Leren in perspectief staat vooral in het teken van de dialectiek. Tussen vorming van de menselijke persoonlijkheid en wetenschappelijke beheersing van de werkelijkheid zit een spanningsrelatie die we ons steeds bewust moeten zijn.
De overlevering is onbetrouwbaar, houdt de mens onmondig. Hij moet daarmee breken en zich baseren op zelfstandig onderzoek en gebruik van de rede. Deze opvatting, afkomstig van de zeventiende-eeuwse denker Descartes, krijgt tijdens de Verlichting een breed draagvlak. Over hoe men een verlicht mens wordt, lopen de opvattingen uiteen. Er zijn twee hoofdstromingen, blijkt uit de lezing. Naar de opvatting van Rousseau zijn we van nature verlicht. Alles wat we aanleren, vervreemdt ons van die natuurlijke verlichte oorsprong. Daartegenover staat de filosofie van Kant, die de meeste aanhang vond. Kant stelt dat de mens onvrij is, een slaaf is van zijn driften en ‘geneigd tot alle kwaad’. Om een verlicht mens te worden, moeten we streven naar beschaving en toenemende autonomie. Daarin is een belangrijke taak weggelegd voor opvoeding en onderwijs.
Auschwitz
Het bevrijdingsstreven van de Verlichting, de periode die de lector laat lopen van ongeveer 1790 tot 1990, roept echter tegenstrijdige krachten op. Hoogland haalt in dit verband het onderzoek aan van Adorno en Horkheimer in hun Dialektik der Aufklärung. Hoe past Auschwitz in een beschaafd Europa?, vragen zij zich af. "Een antwoord van de Verlichting zou kunnen zijn dat we nog niet voldoende verlicht zijn, maar Adorno en Horkheimer komen tot een andere conclusie: Auschwitz is juist een logisch sluitstuk van een op totale heerschappij gerichte rede. De mens heeft met zijn rede de dingen om zich heen steeds meer tot object gemaakt, aan zich onderworpen en tot ruilwaarde gereduceerd. De uniformering die daarvan het gevolg is, laat geen ruimte meer aan hetgeen anders is.
Radar
Een soortgelijke analyse vond plaats binnen de reformatorische wijsbegeerte. Zij concludeert dat de Verlichting gefundeerd is op een intern tegenstrijdig grondmotief. Twee idealen strijden voortdurend om de voorrang. In de eerste plaats is er het persoonlijkheidsideaal met het streven naar de menselijke bevrijdiging. Het instrument voor die bevrijding, het gebruik van de menselijke rede, wordt primair ontwikkeld in de wetenschap en daarmee komen we op het tweede ideaal: het wetenschapsideaal. De Verlichting gaat gepaard met een enorme ontwikkeling op het terrein van de wetenschappen. Eerst staan vooral de natuurwetenschappen centraal, maar later ook de geesteswetenschappen, de sociale wetenschappen en de pedagogiek. "Wat je nu ziet is dat wetenschap die aan de ene kant nodig is om de mens te bevrijden, door haar streven naar beheersing en gebruik van systemen tegelijk de individuele vrijheid gaat beperken. De mens wordt steeds meer een radar in een door en door rationeel systeem. Het beheersingsinstrument groeit de mens als het ware boven het hoofd", aldus Hoogland.
Tendensen
Aan de hand van recente ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsopleidingen en de eigen ervaringen daarmee vanuit zijn werk binnen de gehandicaptenzorg, gaat de lector in op de wijze waarop persoonlijkheidsideaal en beheersingsideaal tegenwoordig naar buiten treden. Twee tendensen vallen op. In de eerste plaats worden leren en kennisoverdracht veel breder opgevat dan in het verleden: kennis heeft ook persoonlijke componenten zoals attitude, ervaring en vaardigheden. Een tweede tendens is de nadruk op de effectiviteit van het leren - te beschrijven in meetbare gedragsverandering - en het zoeken naar greep op leerprocessen. Daar zit het gevaar in dat men vooral oppervlakkige leerprocessen oppakt. Die zijn immers goed beheersbaar en hebben een ruime kans van slagen.
Competenties
Bij opleiden en leren dat meer op de persoonlijke vorming gericht is, ligt dat niet zo eenvoudig. "Hoe leer je bijvoorbeeld een professionele beroepshouding aan? Natuurlijk zit daar een stuk kennisoverdracht bij over wat een professie is en wat onder een professionele werkhouding moet worden verstaan. Maar daarmee heeft iemand zich deze houding nog niet aangeleerd." Een tweedaagse cursus volstaat niet voor dergelijke leerprocessen maar dat mag er niet toe leiden dat vorming verwaarloosd wordt. Hoogland pleit ervoor ook vormingsdoelstellingen helder te formuleren en ze te koppelen aan goed gedefinieerde competenties. In het leerproces kan bijvoorbeeld coaching een belangrijke functie vervullen.
Stages
Tijdens de discussie wordt dieper ingegaan op vormingsdoelen. Het is terecht dat je die stelt, is de algemene opvatting. Maar hoe moet je bijvoorbeeld verwondering over Gods schepping toetsen? "Met die dialectiek moeten we in zekere zin leren leven", meent de lector. Hij ziet echter ook bij vorming tot op zekere hoogte mogelijkheden om te toetsen. "Wees expliciet in welk gedrag je wilt bereiken en stel regelmatig kritisch het feitelijke handelen aan de orde. Maar hou ondertussen wel in de gaten dat als je alleen maar hecht aan meetbare leereffecten, je de essentie wel eens zou kunnen missen." De vormende waarde van onderwijs is belangrijk, vinden de deelnemers aan de discussie, maar zij voelen zich beperkt door het onderwijssysteem dat vooral gericht is op kennisoverdracht. Anderen zien een verschuiving. "In het vmbo krijgen gedrag en attitude steeds meer aandacht. En in de stages die de leerlingen lopen bieden we ze ook een diepere vorm van leren."
Levenskunst
In de discussie stelt de lector ook het oefenen in levenskunst aan de orde. Onder invloed van de Verlichting heeft de mens steeds geprobeerd de gebrokenheid van het leven uit te sluiten, in plaats van te leren ermee om te gaan. In de hedendaagse filosofie komt dit laatste steeds terug. "Het christelijk geloof wijst ons bij uitstek de weg in het omgaan met gebrokenheid'', aldus Hoogland. "Tegen die achtergrond vind ik levenskunst een uitdagend thema voor het christelijk onderwijs."
"Bezig zijn met kennisoverdracht veronderstelt ook levenskunst", legt een van de aanwezigen een verband met het vorige discussiepunt. "Bij kennisoverdracht is er een hierarchie tussen degene die de kennis heeft en degene die de kennis mist, maar bij vorming staat de onderwijsgevende zelf centraal. Aan welke voorwaarden moet ik voldoen om een goede leermeester te zijn? Vorming staat vaak niet naast kennisoverdracht, maar komt erin mee als iets dat kenmerkend is voor degene die de kennisoverdracht in de praktijk brengt."
|