Project



Met Kohnstamm een rijk studiehuis

Uitdagende ontmoeting met een normatief pedagoog

Hoe komt het dat Kohnstamm met zijn duidelijk christelijke positionering in reformatorische onderwijskringen weinig aandacht geniet? Professor Miedema, hoogleraar godsdienstpedagogiek en algemene pedagogiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, concludeert in zijn lezing voor het project Leren in perspectief dat het werk van Kohnstamm een ‘Fundgrube’ is voor hedendaagse visies op leren en onderwijzen. "De oogst overziend moet ik bekennen dat ook ik me te weinig heb laten inspireren door de baanbrekende ideeën van deze universele geleerde. Ik heb mij weer verdiept in zijn didactisch werk en merk dat ik daar spoedig eens heel systematisch doorheen moet gaan."

In de lezing dus nog geen stelselmatige uiteenzetting van Kohnstamms opvattingen - "Hoe zou dat overigens kunnen bij een oeuvre van twaalfduizend pagina’s?" Wel een beschrijving van enkele wijzen waarop zijn denken is overgenomen in onderwijspedagogische kringen van de afgelopen twintig jaar. Als een rode draad loopt er het begrip ontmoeting doorheen.

Geloofsovertuiging
Philip Abraham Kohnstamm (1875-1951) wordt wel gerekend tot de eerste generatie van theoretisch pedagogen. Een generatie van wetenschappers bij wie het niet alleen om feiten gaat, maar ook om waarden. Hun werk is doortrokken van hun persoonlijke geloofsovertuiging. Voor Kohnstamm, jood van afkomst, maar bewust overgegaan naar de Nederlands Hervormde Kerk, is dat het Bijbels personalisme. Kohnstamm baseert zijn pedagogiek op de scheppingsorde. Een persoon is bij hem geen individu op zichzelf, maar een individu-in-gemeenschap, iemand die in een ik-gij-relatie staat. Ook zijn Godsbegrip is door en door personalistisch: geen vage goddelijke substantie, maar een Levende Persoon, tot wie wij eveneens in een ik-Gij-relatie staan. "De ware kennis van die relatie, en daarmee van onszelf, putten wij eerst uit de ontmoeting met Hem, uit de bewustwording van Zijn ingrijpen in ons leven," aldus Kohnstamm.

Schrijftafel
In de wijze waarop Kohnstamm zijn pedagogisch onderzoek vorm gaf, herkennen we eveneens iets van de ontmoeting: hij verlaat de schrijftafel en gaat de school in. Kohnstamm richt zich steeds meer op de leerprocessen van de leerling zelf en de manier waarop leerkrachten die begeleiden. Daarmee is hij een voorloper. De Nederlandse onderwijspsycholoog Carel van Parreren, die zich door Kohnstamm liet inspireren in zijn principes van ontwikkelingsgericht onderwijs, noemt hem wel ‘een pionier van de microbenadering in de onderwijswetenschap’. Kwalitatief onderzoek is bij Kohnstamm de basis; meting kan pas volgen nadat inzicht verkregen is in de processen. Dit standpunt is des te opmerkelijker als we weten dat Kohnstamm van origine een natuurkundige was.

Identiteit
Kohnstamm constateert dat veel blijvende leerervaringen niet tot stand komen door overdracht van normen en waarden, "maar uit een wezenlijke ontmoeting tussen leraar en leerling, waarin beide aanwezig zijn vanuit hun wezenlijke identiteit." Het onderwijs moet de leerling begeleiden in zijn identiteitsontwikkeling. Daarom kan het niet alleen gebaseerd zijn op leerpsychologie of onderwijskundige overwegingen, maar heeft het een heldere mensvisie nodig. Alleen op basis van zo’n visie kunnen leerlingen geholpen worden een gewetensvolle plaats in te nemen in de maatschappij. Daarvoor is oefening in zelfverstaan nodig van de leerling, maar net zo goed van de leraar.

Praktijksituaties
Professor Fred Korthagen, die veel bekendheid geniet op het terrein van de lerarenopleiding, neemt dit gedachtegoed over, overigens zonder dat hij de christelijke uitgangspunten deelt. Ook in zijn concept van realistisch opleiden heeft hij zich door Kohnstamm laten inspireren. Hij gaat uit van het zogenaamde transferprobleem: kennis die studenten in een leersituatie opdoen, passen ze niet altijd vanzelfsprekend toe in de praktijk. Dat kan komen doordat ze eerder denkbeelden over onderwijs ontwikkelden die moeilijk te veranderen zijn. Daarnaast is er in de les weinig tijd om na te denken. Leraren-in-opleiding hebben daarom meer aan situatiespecifieke principes om al handelend tot de oplossing van een probleem te kunnen komen, dan aan abstracte, generaliserende kennis, redeneert Korthagen. Bij realistisch opleiden nemen dan ook reflecties op praktijksituaties een belangrijke plaats in. In Korthagens benadering herkennen we ook Kohnstamms visie dat kinderen moeten ‘leren denken onder eigen verantwoordelijkheid’. Kennis van het denkproces is daarbij veel belangrijker dan kennis van het denkresultaat.

Openbaar
Dat Kohnstamms gedachtegoed weinig doorwerking vond in het christelijk onderwijs, komt volgens de lector wellicht omdat hij voorstander was van een openbare school. Een school zonder kerkelijk-institutionele banden, maar wel met waardengeladen onderwijs, waarin ook de bijbelse verhalen aan bod komen. Kinderen van verschillende levensbeschouwelijke achtergrond moeten er leren respectvol met elkaar om te gaan. "Openbaar onderwijs als ontmoetingsplaats avant la lettre," aldus Miedema, die zich op dit punt in de traditie van Kohnstamm plaatst. Desondanks meent hij dat Kohnstamm van groot belang zou kunnen zijn voor het reformatorisch onderwijs. Het verbaast hem dat diens leerling Langeveld, die een meer algemeen-levensbeschouwelijk standpunt huldigt, meer aandacht geniet. "Theologisch is dat volstrekt onbegrijpelijk."

Samenhang
Het blijkt een interessant thema voor de kringdiscussie. "Voelen wij ons veiliger bij Langeveld, omdat hij meer ruimte laat voor invulling vanuit de eigen identiteit?" "Wij gaan er misschien te automatisch van uit dat je voor reformatorische pedagogiek terecht moet bij Waterink.""In het denken van Kohnstamm zijn zijn joodse wortels nog duidelijk aanwezig." Veel mogelijke verklaringen worden geopperd. Desondanks voelen de deelnemers zich uitgedaagd Kohnstamm nog eens beter te bestuderen. "De samenhang die we bij hem zien tussen pedagogiek, didactiek en theologie kan ons goede aanknopingspunten bieden voor onze visie op leren en onderwijzen."

Docent
"Kohnstamm liep met zijn opvattingen over leren denken decennia voor op de studiehuisgedachte en op actuele begrippen als zelfstandig leren en leren leren," wordt ook opgemerkt in de discussie. "Maar zijn ze niet strijdig met de persoonlijke ontmoeting?" "Nee", reageert Miedema, ‘’de gedachte dat leren leren de docent overbodig zou maken is veel te kort door de bocht. Leerlingen moeten in stelling gebracht worden om zich dingen zo goed mogelijk eigen te maken, maar ze moeten wel begeleid worden. En het studiehuis sluit ook niet uit dat er uren kunnen zijn waarin de docent zelf zaken voor het voetlicht brengt. Blijf pedagogisch denken. Met Kohnstamm krijg je een rijk studiehuis."