Op de schouders van reuzen
Leren en onderwijzen in de Middeleeuwen
Dat de Middeleeuwen bekend staan als donker, heeft meer te maken met het feit dat wij ze vaak overslaan dan met de periode zelf, denkt prof. dr. W. Otten, lector van de vierde avond van Leren in perspectief. Haar lezing maakt duidelijk dat de Middeleeuwen terecht een plaats kregen in de lezingencyclus over leren en onderwijzen.
Het onderwijs in de vroege Middeleeuwen is op antieke leest geschoeid. Net als in de Romeinse cultuur richt het zich op de vrije kunsten, de artes liberales. Hoewel het onderwijs christelijk wil zijn, wordt het sterk beïnvloed door antieke denkers. "Romeins onderwijs en profane, heidense literatuur zijn een Siamese tweeling", aldus professor Otten. Augustinus vormt daarin een scharnierpunt. Ook hij is aanvankelijk sterk gehecht aan de heidense, latijnse literatuur. Na zijn bekering zien we echter een verschuiving. In De Doctrina Christiana stelt Augustinus dat alleen kennis en begrip van de Bijbel tellen. De artes moeten wel bestudeerd worden, maar slechts om tot een dieper begrip van de Schrift te komen.
Christenvolk
Ook in de volle Middeleeuwen heeft onderwijs een religieus doel. Karel de Grote wil Europa hervormen, politiek en kerkelijk. Hij streeft naar verbetering van het hele christenvolk. Onderwijs heeft daarin een belangrijke rol. Karel laat geleerden uit heel Europa samenkomen in Aken. De kloosters legt hij de kloosterregel van Benedictus op, waarin ook het begrip ‘scola’ voorkomt. "Dat heeft echter niet de betekenis van school zoals wij die kennen. Het duidt eerder op een contemplatieve gemeenschap van mensen met dezelfde identiteit. De technische vormgeving is slechts voorwaarde voor een hoger doel", legt de lector uit. Hoewel het onderwijs bedoeld was voor de kloostergemeente, gaat zij ervan uit dat het ook veel gegeven is aan mensen die niet direct onder het klooster vielen.
Nieuw wereldbeeld
In de hoge Middeleeuwen neemt de theologische invloed op het onderwijs af. De bevolking groeit, de steden komen op en er ontstaat bureaucratie. Onderwijs krijgt ook een praktisch doel: er is behoefte aan ambtenaren die goed kunnen lezen en rekenen en die brieven kunnen schrijven. De vorm blijft nog de studie van de artes. Door herontdekking van het werk van Aristoteles ontstaat een nieuw wereldbeeld, waarin zintuiglijkheid en empirie centraal staan. Er groeit tevens een kloof tussen monastieke denkers, die wijsheid zoeken in plaats van kennis, en scholastieke denkers die de logica centraal stellen.
Middelbaar onderwijs
Vanaf de dertiende eeuw gaan universiteiten de toon aangeven. Een volwaardige universiteit heeft vier faculteiten: de artes, theologie, rechten en medicijnen. Het universitair programma blijft nog zo’n vierhonderd jaar in tact, maar het middelbaar onderwijs begint vanaf 1450 grondig te veranderen. Men ziet steeds sterker het nut van scholing en de stadsscholen spelen daarin een grote rol. De burgerij en de ambachtslieden willen graag onderwijs ontvangen. "Maar ook de adel; die ging voorheen ook nog niet naar school", merkt de lector op. "Men steekt geld in goede leraren en goede boeken, waardoor het onderwijs een nieuwe stimulans krijgt". Ook de uitvinding van de boekdrukkunst heeft grote gevolgen.
Reformatie
Humanisme en reformatie veranderen het onderwijsideaal opnieuw. De humanisten zetten zich af tegen 'nodeloze haarslijperij' van de middeleeuwse scholastiek en willen terug naar de bronnen van de oudheid. Onderwijs dient de vorming van de gehéle mens, menen zij. De reformatie staat eveneens een herbronning voor: zij wil terug naar de Bijbel en de kerkvaders. Hoewel het praktische doel van scholing blijft, zien we in de reformatie ook de ‘geletterdheid ten bate van vroomheid’ terugkeren. Luther beijvert zich in verband daarmee bijvoorbeeld voor onderwijs aan kinderen van boeren en mijnwerkers.
Aanknopingspunten
In de circa duizend jaar die de Middeleeuwen beslaan, zien we het onderwijs zich aanpassen aan veranderende omstandigheden en idealen, concluderen de deelnemers tijdens de discussie. Kunnen wij er desondanks aanknopingspunten in vinden voor onze tijd? Is het ideaal van een verbetering van de hele bevolking bijvoorbeeld relevant in een geseculariseerde samenleving, of moeten wij ons op de eigen gezindte richten? "De reformatorische school is bedoeld voor de kinderen van onze denominatie. Dat is een feit", wordt opgemerkt. "Maar je kunt de vraag ook betrekken op onze opvoeding tot een plaats in de maatschappij. Brengen wij voldoende over dat wij een ‘lichtend licht’ en ‘zoutend zout’ moeten zijn? Of zijn wij zozeer teruggevallen op onze positie dat wij aan de buitenwereld geen boodschap hebben?"
Vreemdelingschap
Ook de religieuze ambiance van het middeleeuwse onderwijs geeft stof tot nadenken. "Kunnen wij iets met de gedachte dat een school een religieuze gemeenschap is, waarin de stilte van God beleefd kan worden, en waar wordt overgedragen dat je hoort naar Zijn Woord?", vraagt een van de discussiegroepen zich af. De lector ziet daarnaast een aanknopingspunt in de spanning tussen kennis en wijsheid. "Het zou vruchtbaar kunnen zijn als je die spanning een plaats weet te geven, zeker als je die koppelt aan de identiteit van de school.‘’ "Wij dachten aan vreemdelingschap zoals de Bijbel dat bedoelt", merkt een andere groep op. "In de wereld, maar niet van de wereld. Maar je stuit daarbij wel op een verschil met de Middeleeuwen. Was de maatschappij toen doortrokken van christelijke invloeden, tegenwoordig is ze vol van de dingen van de wereld. Dat merk je ook aan onze kinderen."
Bronnen
"Wij zijn dwergen op de schouders van reuzen", citeert professor Otten tijdens de discussie over bronnen en herbronning een middeleeuws gezegde. Zij is niet bang dat de traditie zal verdwijnen. "Ik ben ervan overtuigd dat bijvoorbeeld het werk van Augustinus over honderd jaar nog steeds bestudeerd wordt. Wat sterk is, blijft wel sterk."
|