Project



De Oudtestamentische leerweg

Richtingwijzers voor de les van morgen

Het gaat niet om de keuze tussen kennis en vaardigheden. Het gaat ook niet om de keuze tussen doceren of de dialoog. Waar het wezenlijk om draait is dat de leerling, binnen de eigen mogelijkheden en gaven, tot wijsheid en inzicht komt. Dat hij ontdekt dat leren en leven bij elkaar horen. Daar is de vreze des Heeren voor nodig, maar ook een nadenken over de inrichting van ons onderwijsproces. Met deze conclusie sloot voorzitter Bert Kalkman dinsdag 25 maart de eerste van zeven bijeenkomsten af in het kader van het project 'Leren in perspectief'. Prof. dr. Verboom en mevrouw drs. M.A. Buitink-Heijblom bezagen als lector en coreferent leren en onderwijzen in het licht van het Oude Testament. Ook de kenniskring en de zaal droegen door middel van discussie bij aan de bezinning.

Hoewel we nog maar aan het begin staan van onze bezinning op leren en onderwijzen, beschikken we reeds over veel stof tot nadenken. "Leren is de levensweg gaan als een leerweg, overeenkomstig Gods geboden en beloften", stelde Verboom op grond van het Oude Testament. Het Oude Testament geeft geen directe antwoorden op actuele vragen in het onderwijs, gaf hij aan, maar het bevat wel heldere richtingwijzers. In psalm 111 vinden we er bijvoorbeeld één in de bekende woorden 'De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid'. Buitink voegde eraan toe dat de vreze des Heeren ook het doél van de wijsheid is. Wijsheid heeft weinig van doen met intellectuele kennis. Dat blijkt wel uit het feit dat het Oude Testament de tegenstelling wijs tegenover dom niet kent, maar spreekt over wijs en dwaas. Die mens is wijs die ernst maakt met God en zijn Woord.
Nog een richtingwijzer: leren en leven vormen in het Oude Testament een éénheid. "De vreze des Heeren als fundament van de wijsheid is vervlochten met het alledaagse leven. Ze doortrekt alle andere kennis, inzicht en vaardigheden", aldus Verboom in zijn lezing. Voorzitter Bert Kalkman greep dit kenmerk van het Oudtestamentische leren aan om de discussie met de kenniskring en de zaal op gang te brengen. Gaapt er vandaag de dag niet een enorme kloof tussen leren en leven? Is die nog wel te overbruggen?

Echtheid
"Die kloof is er", erkende Verboom. "Zeker als we 'leven' willen opvatten als 'leven met God'. Wij zijn het erover eens dat ons leren daarop betrokken moet zijn. Maar is dat nog wel haalbaar temidden van een cultuur die van alle kanten vanuit de mens redeneert? Hoe leren we onze kinderen waar het om gaat in het leven?" Vanuit de zaal werd er nog een tweede kloof aan toegevoegd: die tussen de zondag en de rest van de week.
Beide inleiders zochten het antwoord vooral in het reformatorisch klimaat en de relatie met de leerling. Buitink legde de vinger bij de echtheid van ouders, gemeenten en leerkrachten. "Als we iets aan kinderen willen doorgeven, moeten ze kunnen zien dat we staan voor wat we zeggen. Kunnen zij zien dat de Heere bij ons de eerste plaats inneemt?" "Bijbelse waarden en normen uitstralen", noemde ook Verboom. "Wonen in wat je zegt." Hij wees verder op het belang van interesse voor het kind of de jongere, het oog voor hun welzijn. Het gaat in het onderwijs niet alleen om de lesstof en de resultaten; kinderen moeten leren verstaan wat de Heere wil met hun leven.

Brug
Slaat de trend om vaardigheden een belangrijker plaats te geven in het onderwijs weer een brug tussen leren en leven? "De lezingen roepen bij mij beelden op die ik in de huidige ontwikkelingen terugzie", gaf lid van de kenniskring Maarten van Leeuwen aan. Ook zijn collega Wim Büdgen zag op sommige punten een aansluiting tussen het Oudtestamentische leren en het postmoderne denken. "Ik werk in een aantal trajecten met vakgenoten die totaal geen kennis hebben van onze reformatorische levensovertuiging. Maar als ik met hen over Oudtestamentische uitgangspunten als de eenheid van leren en leven spreek, zitten we vaak op één lijn." Volgens Adri Verweij was het nog maar de vraag of dat duidt op een brug met het Bijbelse leren. "Komt de aandacht voor vaardigheden niet veel meer voort uit het outputdenken van deze tijd, uit de vraag naar wat nuttig is voor het beroep dat de leerling straks gaat uitoefenen?" "Vaardigheden veronderstellen in feite ook niet wijs worden, maar slechts dingen toepassen", voegde Kalkman eraan toe.

Legitiem
Ook Verboom beoordeelde de ontwikkelingen niet alleen als positief. "Opvattingen over kennisoverdracht hangen samen met de cultuur die op dat moment aanwezig is. In onze cultuur wordt niet meer gedacht in termen van gezag, horen en luisteren. De verschuiving van het cognitieve naar het affectieve leren heeft daar ook mee te maken." Hij zag in de ontwikkeling echter ook een reactie op de sterke hang naar het objectieve en intellectuele in de vorige eeuw. Aspecten van het menszijn zoals gevoel, beleven en bevinden werden lange tijd verwaarloosd. Nu zien we een tegenbeweging, waarin ze juist extra nadruk krijgen. "Het is ook Bijbels legitiem dat deze dimensies aan bod komen", aldus Verboom.

Zingeving
Dat leven en leren meer gaan samenhangen, komt ook door de verschuiving van collectieve naar individuele zingeving die we in onze tijd waarnemen, werd opgemerkt vanuit de zaal. Leren wordt een instrument om zin te geven aan je eigen bestaan. Hoe verhoudt zich die relatie leren-leven tot de eisen die het Oude Testament ons stelt? "Individuele zingeving valt tegen. Ondanks de grote woorden van de postmodernen laten velen zich leiden door wat de massa doet", relativeerde Verboom. Wij moeten er volgens hem veel meer op letten dat wij ons niet onderwerpen aan de massacratie, maar ons baseren op Gods Woord. Dat moet altijd de belangrijkste peiler blijven. Ook Buitink beklemtoonde dat de basis van ons leren tijdloos is. Zingevingsconcepten kunnen veranderen, maar de vreze des Heeren blijft het beginsel van alle wijsheid. Daar valt niet aan te tornen, maar op die basis kun je op veel manieren voortbouwen. "Ik denk ook aan het individueel construeren van kennis", vulde Kalkman de vraag aan. "Kan dat, als wij dat stellen binnen de grenzen van de Schrift?" "Het Oude Testament plaatst het leren grotendeels in de gemeenschap, om het kind te bewaren voor eigen gekozen, doodlopende wegen", aldus Verboom. "Maar er is ook telkens een individuele dimensie in het leren. Ieder kind als schepsel van God mag zich ontwikkelen met zijn eigen mogelijkheden en gaven."

Praktijk
Wat in de lezingen gehoord is, moet richting geven aan het didactisch handelen in de klas, het curriculum en de relatie tussen de leraar en de leerling. Die vertaling naar de praktijk riep vragen op. Een paar voorbeelden: "Moeten wij in onze manier van onderwijzen Mozes en Ezra als voorbeeld nemen?" "Het Oudtestamentische leren is existentieel en relationeel. Wat betekent dat voor ons?" "Ik heb het gevoel dat op onze scholen de gedachte leeft dat docentgestuurd onderwijs normatief gezien het beste is."
Verboom constateerde dat deze discussie in het Oude Testament niet speelt. Daar worden geen keuzen gemaakt tussen verschillende onderwijsstijlen, maar worden ze naast elkaar gebruikt. "Er is het inscherpen van de geboden des Heeren: een voorzeggen door de ouders en een nazeggen door de kinderen. Maar er zijn ook de verhalen die de ouders aan de kinderen vertellen, de dialogen tussen ouders en kinderen, de zichtbare symbolen en rituelen, en het leren door doen, zoals nabidden en meebidden, nazingen en meezingen."
"Soms vraagt de inhoud van je les om doceren, soms om dialoog", rondde Kalkman de discussie af. "Het gaat er niet om kennis en vaardigheden of doceren en dialogiseren tegen elkaar uit te spelen; het gaat erom dat de leerling tot wijsheid en inzicht mag komen. Bij de keuze van de werkvorm moet dat het belangrijkste uitgangspunt zijn."


Zie ook het verslag in het R.D. (26.3.2003)