De zoveelste hype of meerwaarde voor het onderwijs?Competentiegericht leren, opleiden en begeleidenCompetentiegericht opleiden biedt goede mogelijkheden voor christelijke opleidingen die hun vormingsideaal serieus nemen. Tot die conclusie komen Bram de Muynck en Evert Roeleveld in het onlangs verschenen boek Competentiegericht leren, opleiden en begeleiden. De ondertitel luidt: Bezinning op een denkwijze. Als eerste stap in de bezinning op deze nieuw vorm van opleiden en scholen is deze publicatie waardevol, maar er is meer nodig.
Competentiegericht opleiden is een actueel thema binnen het onderwijs. Nieuwe ideeën over hoe leerprocessen verlopen, maken duidelijk dat het geïsoleerd overdragen of aanleren van kennis en vaardigheden niet altijd leidt tot bekwaam handelen in praktijksituaties. Door de toenemende vluchtigheid van kennis is er in de samenleving steeds meer vraag naar flexibiliteit en een brede inzetbaarheid van werknemers, die bovendien snel nieuwe kennis kunnen verwerven. Het denken in competenties stelt het bekwaam handelen in praktijksituaties centraal en biedt daarmee mogelijkheden om werknemers breed in te zetten. De meeste scholen en opleidingen gaan met de bovengenoemde nieuwe ontwikkelingen mee. Steeds meer curricula worden aangepast en er is volop aandacht voor integraal personeelsbeleid. In het christelijk onderwijs wordt er verschillend gereageerd. Enerzijds worden de nieuwe ontwikkelingen enthousiast opgepakt. Anderzijds zijn er ook signalen van verontrusting, soms gebaseerd op gezond wantrouwen, soms op onjuiste beelden. De auteurs van de bundel Competentiegericht leren, opleiden en begeleiden gaan onder meer in op de vraag hoe competentiegericht leren, inclusief de onderliggende uitgangspunten, zich verhoudt tot een christelijke levensbeschouwing. Ook beantwoorden zij de vraag hoe onderwijsinstellingen recht kunnen doen aan hun vormende taak en welke kansen competentiegericht onderwijs hiervoor geeft. De bundel sluit af met aanzetten voor een competentiegericht curriculum in een vormingsgerichte benadering. Reactie In hoofdstuk 2 wordt de huidige praktijk in het onderwijs beschreven. Opvallend daarbij is dat het primair onderwijs helemaal niet aan bod komt. Het is een feit dat competentiegericht leren zich vanuit het HBO en MBO ontwikkeld heeft. Wanneer dan vervolgens over het VMBO gesproken wordt, constateren de schrijvers terecht dat er een spanning bestaat tussen de beroepsvoorbereidende vakken en de AVO-vakken. Waarom is in dit kader dan niet gekeken naar de manier waarop de verwerving van kennis en vaardigheden een plaats krijgt op de basisschool? Het is toch algemeen bekend dat in de onderbouw van de basisschool nog wel een integrale vorming gemeengoed is, terwijl de vakmatige indeling steeds meer veld wint. Aan het eind van de bundel worden boeiende aanbevelingen gegeven om verder te denken. Stuk voor stuk zijn het opstapjes naar meer. Toch zit er zoveel niveau-verschil tussen de verschillende aanbevelingen, dat nog niet gesproken kan worden van een blauwdruk voor een toepasbare invulling van het competentieleren in opleidingen. Bij deze aanbevelingen proef je de spanning die een ingrijpende visie als competentieleren in de praktijk oproept. Dit betekent overigens wel dat er ook een vervolg op dit boek nodig is, waarbij vanuit het veld meegedacht wordt over de concrete invulling. Dit laatste punt raakt een ander punt van kritiek op deze uitgave. In het Woord vooraf wordt aangegeven dat de doelgroep zo breed mogelijk moet zijn. "We richten ons op alle onderwijsinstellingen die met competentieleren te maken hebben." Betekent dit dat elke individuele docent onder de doelgroep valt? Gezien de toegankelijkheid van het onderwerp kan dit betwijfeld worden. Voor een willekeurig docent of groepsleerkracht zal de bestudering van het boek best wat moeite kosten. Dat is jammer, want het onderwerp is het wel waard! Pieter Verrips
|