februari 2005
Het werkgeversverbond voortgezet onderwijs (WVO) heeft met centrales een onderhandelaarsakkoord bereikt over een eenjarige CAO. De CAO-VO 2005-2006 vormt in grote lijnen een voortzetting van de CAO 2003-2005. Hieronder een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de huidige CAO.
FUWA
Om instellingen de ruimte te bieden een eigen functiebouwwerk te ontwikkelen, worden de bij de implementatie van FUWA-VO 2002 genoemde (minimale) percentages voor de LC- en LD-functies niet meer landelijk vastgesteld. Dit overigens wel onder de voorwaarde dat de afspraken over het functiebouwwerk uit de huidige CAO feitelijk zijn gerealiseerd.
Reiskosten
Vanaf 1 augustus krijgt de werknemer voor woon-werkverkeer een kilometervergoeding van € 0,08 vanaf 8 km tot een maximum van 25 km (enkele reis). In het eerste jaar van het dienstverband geldt een hogere vergoeding. De vergoeding voor dienstreizen blijft ongewijzigd, zij het dat de werkgever verplicht is van de zogenaamde salderingsregeling gebruik te maken. Daardoor kan feitelijk een hogere vergoeding worden gerealiseerd dan de huidige € 0,18 per kilometer.
|
|---|
Overige arbeidsvoorwaardelijke afspraken
De BAPO-regeling blijft behouden. Het sparen van BAPO-rechten wordt aan banden gelegd als oneigenlijk gebruik van de regeling.
Er komt een fietsprivé-regeling, waarbij tegen inlevering van brutosalaris eens per drie jaar een fiets kan worden gekocht door de werknemer. Ook voor het voldoen van de vakbondscontributie zal gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid brutosalaris in te zetten.
Commissies
Tenslotte hebben overlegpartijen de intentie om in de CAO-VO 2005-2006 vast te leggen dat er voor de sector VO één geschillencommissie, één commissie van beroep, één FUWA commissie en één geschillencommissie WMO zal worden gerealiseerd. Voor denominatieve aangelegenheden komen er in de opvatting van overlegpartijen denominatieve kamers. In de CAO-VO willen overlegpartijen vastleggen dat werkgevers die zijn gebonden door deze CAO gehouden zijn zich tot de in de CAO-VO genoemde commissies te wenden.
Reactie GOLV
Binnen het reformatorisch onderwijs hebben we meer dan 10 jaar een eigen Rechtspositieregeling gehad (RRVO). Dat we de stap van onze besturen tot toetreding tot het werkgeversverbond betreuren, betekent niet dat we negatief staan tegenover bovenstaande afspraken. Het is een algemene trend om meer zaken op instellingsniveau te regelen. Dit legt dan wel een grote verantwoordelijkheid op de schoolleiding van onze scholen voor zover daar geen medezeggenschapsraad (MR) is. Verantwoord personeelsbeleid heeft alles met de reformatorische identiteit te maken.
Heel positief vinden we aan bovenstaande afspraken dat de contributie voor een personeelsorganisatie via het bruto-salaris betaald kan worden. In veel gevallen betekent dit praktisch gezien een korting van meer dan 40 %.
We hebben onze zorgen bij de geschetste plannen met betrekking tot de geschillencommissies. We vragen ons af of onze werkgevers binnen het werkgeversverbond de belangen van het reformatorisch onderwijs op dit punt veilig kunnen stellen.

Zie ook